Chiro Wezel Jongens

Chiro Wezel Albatros

  • Facebook

Chirojongens Wezel Albatros is vandaag de dag een bruisende vereniging met een nog steeds groeiend ledenaantal. Momenteel tellen ze een honderdtal leden en 23 leiders, die elke zondagnamiddag in het chiroheem achter de kerk van Wezel samenkomen voor sport en spel, pret en plezier. Bovendien speelt deze chirogroep, samen met de Chiromeisjes van Wezel, een belangrijke sociale rol door allerlei openbare activiteiten te organiseren, zoals een bieravond, een quiz en een dropping. In september bestaat deze vereniging precies 70 jaar, een ideale gelegenheid om eens de sprong te maken naar 1942 en het prille begin van een christelijke jeugdbeweging achter de kerk. Daarbij is het noodzakelijk eerst het ontstaan van de chiro in het algemeen onder de loep te nemen, om daarna te kijken hoe het ontstaan van Chiro Wezel Albatros binnen deze ontwikkeling past.

 

Het ontstaan van de jeugdbeweging chiro in het algemeen moet gezocht worden in de Vlaamse patronaten, die rond 1850 op verschillende plaatsen in Vlaanderen ontstonden, onafhankelijk van elkaar. De basis van deze patronaten was de godsdienstige vorming van jongeren. Om meer jongeren naar de patronaten te lokken, was er ook plaats voor ontspanning. Die ontspanning bestond uit allerhande gezelschapspelletjes, zoals kaarten, dammen, ganzenbord spelen en raadselspelletjes, maar om buiten te spelen waren er ook hoepels, ballen, koorden, kegels en ander speelgoed ter beschikking. Weliswaar werden er niet echt spelletjes uitgedacht zoals vandaag het geval is. Rond 1880 duiken de eerste toneelvoorstellingen in de patronaten op, maar het duurt tot de eeuwwisseling voor men kan stellen dat het zwaartepunt enigszins verschoof naar spel en ontspanning. Zo richtten heel wat patronaten hun eigen fanfarekorps, turnclub en/of voetbalclub op. Die verschuiving verliep echter niet zonder discussie. In het Antwerpse verbond ontstond bijvoorbeeld het zogenaamde “voetbaldebat”, waarbij de vraag gesteld werd of sport wel de kern van de organisatie mocht vormen, terwijl de ernstige godsdienstige vorming op de achtergrond verzeilde. In 1904 telde Vlaanderen 513
jongens- en 344 meisjespatronaten.

Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog kenden de patronaten een terugval. Daarvoor zijn verschillende oorzaken te geven. Zo werd de werking van de patronaten uitgehold door het ontstaan van aparte Turn- en Voetbalverenigingen. Bovendien werden heel wat gebouwen tijdens de Eerste Wereldoorlog opgeëist door de bezetter. In Wallonië konden de patronaten zich na de oorlog herstellen, maar in Vlaanderen moesten  verschillende patronaten de krachten bundelen, aangezien het dalende ledenaantal niet tegen te houden was. In 1928 werd dan het Jeugdverbond voor Katholieke Actie (J.V.K.A) opgericht, die enkele jaren later het patronaat moderniseerde. Het patronaat wilde katholieke vorming aanbieden door leken voor de jeugd uit de parochie, zonder onderscheid van stand. In het kader van die modernisering lanceerde Jos Cleymans in 1934 het tijdschrift “Katholiek Patronaat”. In dat tijdschrift propagandeerde hij een hele nieuwe werking van het patronaat, waarin de opvoeding van de gehele mens, ziel en lichaam, centraal stond. Belangrijkste aspecten in deze vernieuwing waren het spel in openlucht, het ridderschap in dienst van Christus, de vlag met de Griekse letters chi en rho, de eerste letters van Christus Rex, op afgebeeld, een uniform en de kentekens. De inhoudelijke vernieuwing was zowel een godsdienstige als een pedagogische vernieuwing. Op godsdienstig vlak predikte Cleymans een breuk met de passieve beleving van godsdienst, ten voordele van een actieve omgang met godsdienst. Op pedagogisch vlak stelde Cleymans dat de leidingskring het programma actief moest voorbereiden en spelletjes moest uitdenken. Hoewel in 1934 nog niet direct veel van die vernieuwing te merken is, staat het vast dat Cleymans een belangrijke basis heeft gelegd voor de verdere chirowerking. Algemeen wordt 1934 dan ook aangenomen als startpunt voor de huidige Chirobeweging.

 

In de daaropvolgende jaren ontwikkelt de vernieuwde patronaatswerking zich geleidelijk aan. In 1936 worden de eerste gewestelijke verbonden opgericht. Bovendien wordt de jeugdvereniging in 1936 financieel onafhankelijk van het J.V.K.A., door haar inkomsten te genereren uit lidgeld en de verkoop van uniformen. In september 1939 dreigt de ontwikkeling opnieuw geremd te worden door de Tweede Wereldoorlog. Opnieuw worden heel wat lokalen opgeëist voor inkwartiering van de militairen. Daarnaast worden ook heel wat leiders opgeroepen als dienstplichtigen. De J.V.K.A. doet een oproep aan de patronaten om de deuren niet te sluiten. Het zijn vooral de jonge, gemoderniseerde patronaten die doorzetten of na een korte pauze opnieuw beginnen, terwijl de oudere patronaten de boeken wel neerleggen. Eind 1940 zijn de meeste jonge patronaten weer actief en ditmaal onder de naam Chiro.

 

Het is tegen die achtergrond dat we het ontstaan van Chiro Wezel moeten bekijken. In 1942, volle oorlogstijd dus, ontstond Chiro Wezel uit het St-Jozefspatronaat, dat opengehouden werd voor de jeugd door de onderpastoor. Wanneer dat patronaat precies ontstaan is, is niet bekend. Wel is het zeker dat dit al bestond rond 1930. Karel Ven, geboren in 1929, was vanaf 9 jaar bij het patronaat en stond later mee aan de wieg van Chiro Wezel. Later was hij ook nog groepsleider. Hij herinnert zich nog hoe hij als kind naar het patronaat ging. “Het patronaat is begonnen in de parochiezaal, dat toen nog een stuk kleiner was dan nu. Er was immers nog geen café of keuken aan. In het patronaat werden geen georganiseerde spelen
georganiseerd, maar er werden wel tafelspelen gedaan, zoals sjoelbak en pietjesbak, en er was ook een biljart, voor de oudsten, en een pingpongtafel. In de zomer had men wel eens buitenactiviteiten, zoals gaan zwemmen in de zogenaamde “roetkotters” aan het kerkhof. Louis Van Vlerken, die van 1933 tot 1937 wekelijks naar het patronaat ging, herinnert zich ook nog hoe ze in de winter gingen schaatsen met onderpastoor Antoon Durgé, die de patronaatsbijeenkomsten organiseerde. “Onderpastoor Durgé was een uitstekend schaatser, wat mogelijk te verklaren was door zijn Nederlandse roots. Bovendien was hij een man van een volk, terwijl de pastoor meer een man van de rijkere burgerij was. Tussen de pastoor en de onderpastoor boterde het ook niet altijd. Zo herinner ik me hoe de pastoor ooit de elektriciteit van de onderpastoor heeft laten afsluiten. Dat geschil heeft toen drie dagen geduurd”, aldus Louis Van Vlerken.

Opvallend is dat de activiteiten van het patronaat langer duurden dan die van de chiro nu, namelijk van 14u00 tot 19u00. De activiteiten begonnen nog niet met een formatie, zoals dat later bij de chiro een traditie werd, maar wel werd er voor elke activiteit gebeden. Van een echt uniform was bij het patronaat in de jaren ’30 nog geen sprake. Waar momenteel het chiroheem staat, stond toen een klein, betonnen gebouw, waar de onderpastoor snoep en drank verkocht, voornamelijk zwart tafelbier. Het belangrijkste doel van de patronaatswerking was om kinderen en jongeren van de straat af te houden. Het patronaat blijkt in zijn opzet geslaagd te zijn, want de activiteiten trokken wekelijks toch 50 à 60 leden. In Wezel was er voor de jeugd immers niet veel voorzien en dus was het patronaat een mooie, wekelijkse ontspanning voor de Wezelse jeugd.

Toen Chiro Wezel in 1942 begon, waren er in de streek nog geen andere chiro’s. Net als bij het patronaat vonden de bijeenkomsten van de chiro plaats in de parochiezaal. De proost van de eerste leidingsgroep was onderpastoor Antoon Durgé, witheer van de abdij van Postel en later pastoor van Witgoor. Jos Beylemans nam als eerste de taak van hoofdleider op zich. De leiding, waaronder Lucien Vreysen en Frans Mannaerts, kwam op zaterdag regelmatig samen om, samen met de proost, te vergaderen. Daarbij werd dan ook het programma voor de volgende dag voorbereid.

Een chirodag begon, en begint nog steeds, met een openingsformatie. Gelijkenissen met de huidige openingsformatie zijn er nog, zoals het opstellen in het vierkant en het dragen van een uniform. Het uniform bestond in die tijd voor iedereen uit een groen uniform met een gele das. De groepsleider droeg daarbij nog een speciale riem. Het uniform van de leden werd tijdens de openingsformatie door de leiders gekeurd.
“Chiro was in die tijd nog heel militaristisch. Niet alleen werd het uniform streng gekeurd, maar bovendien werd er gemarcheerd in formatie. Tijdens dat marcheren werden wel eens stapliederen gezongen”, aldus Karel Ven. Een openingsformatie werd telkens geopend met het hijsen van de vlag en het opzeggen van de vlaggengroet. De vlaggengroet ging dan als volgt:

Leider van dienst: Hijs de vlag voor de nieuwe dag.

Iedereen: Trouw

Leider van dienst: Hoog in top zonnewaards op.

Iedereen: Trouw

Leider van dienst: Gods banier, uw wachters hier.

Iedereen: Trouw

Leider van dienst: Tot strijd…

Iedereen: Bereid!

 

De toenmalige activiteiten waren zeer divers. Uiteraard ging er veel aandacht naar sport, zoals voetbal, volleybal en zwemmen. Daarnaast werden er door de leiding bosspelen georganiseerd. Qua spelmateriaal was er echter niet zoveel voorhanden, ook al omdat er niet veel opbergruimte was. Wanneer men volleybalde, spande men meestal een touw, omdat ze geen net hadden. Net als nu werd een keer per jaar Christus Koning gevierd. Dan ging men eerst naar de mis, om daarna samen te komen tijdens de chiro-activiteit.

 

Het allereerste bivak vond plaats in Bornem. Voor men met de trein op bivak vertrok, moest men weliswaar eerst op bedevaart naar Scherpenheuvel. De reis richting Bornem nam dan ook een hele dag in beslag. Een van de volgende jaren, tijdens een bivak in Namen, werd bijvoorbeeld ook de citadel bezocht. De meeste bivakken vonden echter plaats in Limburg, omdat daar veel bivakplaatsen waren. Van zo’n bivakplaats moet men zich echter niet te veel voorstellen. Het gebeurde wel eens dat men in tenten sliep, maar meestal sliep men in proper gemaakte stallen. Bedden waren er uiteraard niet: Als er een eenvoudige matras was, mochten ze al heel blij zijn. Het eten op bivak werd gemaakt door kookouders. Daarnaast bezocht de proost ook enkele malen het chirobivak om de mis voor te lezen. Zoals nog steeds, werden ook toen de bivakken geëvalueerd door de leidingsploeg. Zo blijkt uit het evaluatieverslag van 1946 dat er ook toen al problemen waren om het enthousiasme bij de jeugd aan te wakkeren: “Het bivak bezat niet de gewenste chirogeest. Het was een losse vakantiegroep. Er zit echt weinig energie in, bijvoorbeeld kwestie van te voet gaan, of bergen te beklimmen. Ze hebben het algemeen kenmerk van onze moderne jeugd: moeilijk enthousiast te krijgen voor iets dat enige moeite kost”.

 

De indeling van zo’n dag op bivak is nog niet zo hard veranderd. De dag werd toen ook al begonnen met een formatie.  Na het ontbijt werden eerst de diensten gedaan, zoals opruimen en afwassen. Na het middageten was er een uurtje platte rust. De kampdag werd afgesloten met een avondlied. Nadat de jongste leden gaan slapen waren, mochten de ouderen nog wat
opblijven, maar de avondstilte werd gerespecteerd. Een bivakthema met een dagelijks toneeltje, zoals we dat vandaag kennen, bestond nog niet. Wel werden er kleine toneeltjes gespeeld op de laatste avond van het bivak, terwijl er ook een kampvuur gemaakt werd.

 

Uit deze historisch waardevolle anekdotes, overgeleverd door Louis Van Vlerken en Karel Ven, blijkt dat Chiro Wezel, en chiro in het algemeen, met zijn tijd geëvolueerd is, maar desondanks de traditie heeft gerespecteerd door vast te houden aan belangrijke rituelen, zoals de openingsformatie. Gegroeid uit een bloeiende patronaatswerking was Chiro Wezel Albatros anno 1942 de eerste chirobeweging uit de streek, en daarom vandaag de dag nog steeds de oudste chiro uit de regio en zelfs een van de oudste chiro’s van Vlaanderen. Het grote aantal sloebers in het chirojaar 2012-2013 zijn het beste bewijs dat het einde van deze jeugdbeweging nog niet in zicht is. Onderpastoor Durgé zou tevreden zijn.

 

Auteurs: Frederik Loy, Vincent Van Vlerken en Thomas Jansen